Tot de hulp komt

Ambulance op weg


De gegevens die de verpleegkundig centralist in de meldkamer aan de telefoon verzamelt, worden doorgegeven aan de dichtstbijzijnde ambulance. Dit kan een ambulance zijn op een ambulancepost, maar ook een ambulance die in de buurt rijdt en beschikbaar is. Op een scherm kan de centralist zien waar alle ambulances in het gebied zich bevinden. De computer weetd at ook, en kiest al vaak automatisch de meest geschikte ambulance. Bij levensbedreigende situaties moet een ambulance zo snel mogelijk na binnenkomst van de melding op de plaats van bestemming zijn. Het systeem is zo opgezet dat elke plek in ons werkgebied in principe binnen 15 minuten te bereiken is. Soms alarmeert de centralist ook het Mobiel Medisch Team (het traumateam). Dat team ondersteunt de ambulancebemanning bij complexe letsels of ernstige verkeersongevallen.

Blijf aan de lijn


Soms vraagt de centralist u om aan de lijn te blijven om meer bijzonderheden te geven. Deze geeft de centralist dan rechtstreeks door aan de ambulancebemanning. De centralist kan u ook instructies geven om de situatie van de patiënt of het slachtoffer te verbeteren in afwachting van de komst van de ambulance.

Noodplek herkenbaar en toegankelijk


Zorg dat de ambulance het adres zo snel mogelijk kan vinden. Zet bijvoorbeeld de alarmlichten van de auto voor de deur aan. Of laat iemand op de uitkijk staan. Zet het tuinhek open. Laat de voordeur open zodat de hulpverleners direct kunnen doorlopen. Zorg ook voor een goed herkenbaar huisnummer!

 

Medicijnen


Als u weet dat de patiënt/ het slachtoffer medicijnen gebruikt, zorg dan dat deze bij de hand zijn als de ambulance arriveert. Kennis over het medicijngebruik kan van groot belang zijn bij behandeling van de patiënt of het slachtoffer.